Artikel Leeuwarder Courant

Verslag Leeuwarder Courant training Stemmingmakerij

Tudunulurutsu: ‘Volgens mij moet ik werken aan de l’


Politica Hedy d'Ancona heeft een hoge piepstem waarnaar het moeilijk luisteren is, nieuwslezeres Sacha de Boer heeft een zakelijke en goed verstaanbare stem, Margaret Thatcher deed haar best om `mannelijk' en door heel laag te praten. Acht heel verschillende vrouwen – van hulpverlener tot loopbaancoach, van ondernemer tot kleuterjuf - doken vorige week, onder begeleiding van stemdocente Jannie Geertsma uit Leeuwarden, in cursusruimte ‘LOFT’ in Boksum drie ochtenden het universum van de stem in. Het werd een sessie die het midden hield tussen een zangles, groepswerk, een sessie bij de logopedist en een aangename, speelse vorm van therapie.


Wie zich op zijn eigen stem concentreert, ontkomt er niet aan om zich bewust te worden van zichzelf. Nadenken over je stem betekent nadenken over hoe je op anderen over komt, wie je wilt zijn, waar je bang voor bent. Aan de stem – een trilling, een kikker in de keel, het geheel wegvallen ervan – merkt de buitenwereld meteen hoe het met jou, de spreker, is gesteld. Vandaar dat de cursus Stemmingmakerij, die Geertsma al een aantal jaren geeft, verder gaat dan klank, intonatie en articulatie. Het gaat ook over zelfvertrouwen en schaamte.


De eerste vraag die de frêle, goedgemutste docente aan haar cursisten stelt, lijkt onschuldig maar is confronterend. ‘Omschrijf je eigen stem eens in drie woorden.’ Beweeglijk, zegt de een. Krachtig, zegt de ander. Schel, vindt iemand. Te zacht. Te hard. Te rauw. Te dwingend. Met een bepaald toontje erin. Zangerig. Gejaagd. Een deelneemster uit Leeuwarden weet het even met. „Er komt even niets bij me op."


Vrijwel niemand is echt tevreden met haar stem – men wil de stem beter leren beheersen, effectiever inzetten, duidelijker spreken. „Ik vind hem gewoon niet altijd mooi", zegt kleuterjuf Herma Hoeve uit Amsterdam eerlijk. ,,Mijn kinderen vinden dat ik te hard praat", bekent Natacha uit Diemen, nadat ze 10 minuten te laat het cursuslokaal binnen is gestormd („Nee, ik stond niet in de file, ik was gewoon te laat begonnen met schoonmaken.”)


De dames zetten zich dan ook schrap wanneer Natacha wordt gevraagd om een stukje voor te lezen. Er zal vast een groot gebulder uitbreken. Maar dat is niet het geval. Ingetogen en bijna fluisterend draagt Natacha voor. Aarzelend. Verlegen. ,,Zeker te hard?", lacht ze na afloop. Iedereen kijkt haar verbouwereerd aan. Even later kijkt Natacha minstens zo verbaasd. „Ik dacht echt dat ik te hard sprak."


Tiny uit Leeuwarden heeft even later ook zo'n leermoment. Twee medecursisten observeren en luisteren naar haar terwijl Tiny een paar minuten over haar hobby, hardlopen, praat. Een lieve, warme stem, luidt de algemene conclusie. Sympathiek en welwillend, echt een stem voor iemand die in de hulpverlening werkt. Tiny's mond valt open. ,Menen jullie dat nou?" Zelf verkeerde ze altijd in de veronderstelling dat ze schel en directief sprak. Onvriendelijk. Dit moet ze even verwerken. Maar grappig; dat van die hulpverlening klopt wel – ze is maatschappelijk werkster.


Jannie Geertsma, die het Groninger conservatorium voltooide en zelf veel zingt, doet er alles aan om haar cursisten duidelijk te maken dat ademhaling, articulatie, lichaamshouding en zelfbeeld allesbepalend zijn voor je stemgebruik. Het gaat allemaal om bewustwording: om de interactie tussen lichaam en emotie. Wie rechtop zit, praat anders dan iemand die op zijn stoel hangt. Ze laat het de vrouwen ervaren. Er worden rollenspelen gedaan: politieberichten worden voorgelezen met de stem van een politicus, van een dominee en van een kleuterjuf. `Hoe voelde je je toen je daar stond?, wil de docente weten. `Veranderde je houding doordat je anders sprak?'


Er wordt behalve intens gevoeld en naar elkaar geluisterd ook veel gelachen, want de rijmpjes die de vrouwen moeten zingen, zijn je reinste tongbrekers: `tidiniliritsi, tudunulurutsu, toedoenoeloeroetsoe', 'bikkebakkebikkebakkebikkebakkebok' en 'b met een a baa ba, b met een ee bee'. „Let op de k dames", maant Jannie. „ Die letter wordt vaak verwaarloosd aan het eind van een woord."


Kleuterjuf Herma heeft geen moeite met de k. „Volgens mij moet ik nog werken aan de l" Waar ze minder moeite meer heeft is met de oefening: iets-on-vriendelijks-zeggen-terwijl-jelief-kijkt. 'Donder op flikker!', buldert de kleuterjuf en slaat dan beschaamd de handen voor haar mond. ,,Oei, ik ga helemaal los." Jannie knikt. That's the spirit.


KIRSTEN VAN SANTEN